woensdag 1 juli 2009

Kleur van de Nacht

In Sonsbeek, een park in een stad aan
de rand van de Veluwe, stad aan
een oever van water dat stroomt als
de Rijn of de Lek nee de Rijn, in
een stad aan de oever die opklimt
die opgaat in rasters van straten
en blokken van huizen met tuinen,
balkons en de daken daarboven
de lucht en nog hoger de ledigheid,
op de genoemde locatie (in Sonsbeek)
daar speelde het HiernaGekwetter-
kwartet. Deze plaats, in het park op
een heuvel van Arnhem, half boven
de stad die het park evengoed ook
omarmt, was een plek op het steen
van een kniehoge muur langs een pad in
dat park dat naar boven en ook naar
beneden kan worden gedacht en
het optreden was in het kader
van festival Kleur van de Nacht. Het
viel op een avond, de 20ste avond in
juni.

De later de avond de voller
het park met zijn paden verlicht en
door lichtjes en lampen een sprookje.
Hoe vaker we speelden hoe beter
de sets en hoe sterker de lus die
't publiek aan ons bond door ons spel - de
muziek en de klanken van Nelleke,
Jildou (die inviel voor Abel), mijzelf,
Isabelle; het gedicht over Dieke
en Orp (dat de tragische liefde
van Orpheus betrof). 'Er was eens
een dichter en zanger' zo opende
HiernaGekwetter nadat de
hobo zo verschikkelijk waar en

zo raak had geklonken, 'hij speelde
de lier als de beste / of eigenlijk
beter, zijn stem was / als honing
zo zacht'.

De piano en Harp ze versmolten
in spel en klonken geliefden
tesamen. De mensen die keken
ze bleven geboeid door de kleur van
ons spel en de stem die er klonk die
de liefde van Orp en zijn Dieke
verdichtte en klinkend applaus was
te horen nadat we gestopt en ook stil
waren. Bijna het hele gedicht was
gezet in de maat met de naam amfibrachys.
Het klimt op en zinkt neer en klinkt als
een wals die niet eindigt. Uit tien plus
een laatste gedicht uit vier keer
vier regels van elk een drievoetig
soort metrum of maat, om nog eenmaal
te noemen waarover het gaat: het
is het metrum/de maat amfibrachys.

'want als hij / dan speelde dan zwegen
de mensen, / de bomen verstilden
hun blad. // En als hij dan speelde
dan kwam het / wild samen: de haas en
de vos en / de adder, een sperwer
hij vond zich / een tak en soms als
hij speelde // dan rolden de stenen
een klein beetje / op, ze vormden
dan circels / je vindt ze nog steeds in
de bossen / en rond deze plek niet veraf.'

Een lier liet een lied in de avond
voor ieder te horen, verliet met
een toon in de wind het gebeuren.
Of was het het park dat traag in
de nacht was verdwenen? Ik ben het
vergeten en wie zal het weten?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten